Toets exponentiële functies

Opgave 1

Bij het oppompen van een fietsband wordt het verloop van de spanning (in Atm) gegeven door P = 6.60 - 0.92 · (0.987)t.
t is het aantal hele slagen dat met de pomp wordt gemaakt.

Bereken de asymptotische waarde voor de spanning van de band. Geef het antwoord met twee decimalen.

Opgave 2

Het kapitaal dat Janus 10 jaar geleden op de bank heeft gezet is nu aangegroeid tot 18632 euro. De bank rekent een interest van 8.1%.Bereken het kapitaal dat Janus gestort heeft. Geef het antwoord in hele euro's.

Opagve 3

De omvang van een populatie is in 13 jaar tijd gegroeid van 8 miljoen naar 39 miljoen. Bereken de gemiddelde groei per jaar in procenten nauwkeurig.

Opgave 4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10-3

10-1

101

103

 

In de bovenstaande schaalverdeling hoort bij elk vertikaal streepje een macht van 10. Helemaal links staat 10-5, één naar rechts 10-4 enzovoort. De afstand tussen twee opéénvolgende streepjes is 1 centimeter.

Geef het aantal centimeters tussen het eerste vertikale streepje en de plaats waar het getal 0.0035 moet staan.

Geef het aantal centimeters in twee decimalen.

Opgave 5


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10-3

10-1

101

103

 

 

In de bovenstaande schaalverdeling hoort bij elk vertikaal streepje een macht van 10. Helemaal links staat 10-5, één naar rechts 10-4 enzovoort. De afstand tussen twee opéénvolgende streepjes is 1 centimeter.

Een getal staat 4.5 centimeter rechts van het streepje bij 10-5 Geef de waarde van het getal met
4 decimalen achter de punt.

Opgave 6

Bij het aangaan van een lening geeft de bank een intrest van 4.98 procent per jaar op. Elke maand moet 1/12 deel van de intrest betaald worden. Bereken de werkelijke (effectieve) intrest die op basis van samengestelde intrest per jaar betaald wordt. Geef het percentage in twee decimalen nauwkeurig.

Opgave 7

Gegeven zijn de functies

f(x)=12·4.4x
g(x)=10*0.3x

Bereken de waarde van x waarvoor f(x)=g(x). Geef het antwoord met twee decimalen.

Opgave 8

06/05/02 Technische Analyse S&P 500 door Marcel Bronner

Als je goed kijkt zie je dat er op de verticale as twee verschillende schaalverdelingen staan.

a. De onderste schaal is logaritmisch, de bovenste lineair.
b. De onderste schaal is logaritmisch, de bovenste ook.
c. De onderste schaal is lineair, de bovenste logaritmisch.
d. De onderste schaal is lineair, de bovenste ook.

Opgave 9

Het aandeel UTC is in 2001 met 49% is waarde gedaald. Bereken het percentage waarmee het aandeel in waarde moet stijgen om de oorspronkelijke waarde van begin 2001 weer terug te krijgen. Geef het antwoord in twee decimalen.

Opgave 10

Een kapitaal is in 27 jaar gegroeid van 1600 naar 6900 euro. Bereken de groeivoet (in %) per jaar. Geef het antwoord in twee decimalen nauwkeurig.

Antwoorden en uitwerkingen

tekst2
plaatjes
voor gebruik website
>