eerstegraadsfuncties

 

 

Opgave 2

Gegeven is de lineaire functie f(x) = 21x + 9.
Voor welke x geldt f(x)=-8. Geef het antwoord met twee decimalen.

Oplossing

f(x) = -8
21x + 9 = -8
21x = -8 - 9
x = -8/21 - 9/21
x = -0.81